Hoogste alarmfase Irak
REPORTER
Tineke Ceelen
Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van de Stichting Vluchteling. Ze werd opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende hulporganisaties gewerkt, zowel in de noodhulp, als in de ontwikkelingssamenwerking. In haar boek Hier en daar een crisis uit 2009 geeft zij een kijkje in de wereld van internationale ontwikkelingshulp en bespreekt er de nut en noodzaak van.
De Verenigde Naties (VN) heeft de hoogste alarmfase voor de humanitaire noodsituatie in Irak afgekondigd. Voortgejaagd door IS (voorheen ISIS), zijn dit jaar 1,2 miljoen Irakezen op de vlucht geslagen waarvan inmiddels zo’n 600,000 ontheemden zijn aangekomen in het Koerdische noorden. In augustus zijn de VN een grootschalige hulpoperatie begonnen.
Nederland draagt bij aan deze grootschalige operatie. Een transportvliegtuig van Defensie vertrok naar de Noord-Iraakse stad Arbil waar het water, voedsel en dekens overhandigde aan de VN. Naast de Nederlandse overheid, zet ook Nederlandse noodhulpsectors zich actief in in Noord-Irak. Zoals Stichting Vluchteling. Directeur Tineke Ceelen na een bezoek van vijf dagen in het gebied: “Het is verbijsterend en ongrijpbaar wat daar gebeurt. Het maakt me erg verdrietig. De situatie in Irak zie ik niet snel opgelost worden. Het is iets van de lange duur.” Voor nu richt de vluchtelingenorganisatie zich op de hoogste noden van de Iraakse ontheemden. “Die noden zijn ontzettend hoog. Geloof me, een enkele euro kan al een verschil maken. Voor een tachtigjarige ontheemde maakt het echt uit of je op een karton slaapt, of een matras.”
Lees het indringende verslag van Tineke Ceelen over haar bezoek aan Noord-Irak
Bron: OneWorld.nl / Foto: Paul Enklaar