Overlevende ramp Rana Plaza: Shila Begum - Humanity House
7 april 2014

Overlevende ramp Rana Plaza: Shila Begum

Reporter

DICK WITTENBERG

Correspondent Dick Wittenberg schrijft onder meer over Afrika, grenzen, ongelijkheid en armoede.

Shila Begum, destijds 23, zat op de zesde verdieping achter een naaimachine spijkerbroeken voor Benetton in elkaar te stikken toen de vloer onder haar voeten begon te schuiven. Acht uur lag ze onder het puin voordat ze werd gered. In die eeuwigheid zag en hoorde ze collega’s sterven. Nooit zal ze het beeld kunnen wissen van die jonge vrouw die naast haar lag en bij wie de ogen uit de kassen puilden. Onder druk van de betonnen plaat die Shila bedekte, kwam haar baarmoeder naar buiten. Die is nog diezelfde avond verwijderd in het ziekenhuis.

Shila komt oorspronkelijk uit een dorp in het district Barisal, bijna 300 kilometer van de hoofdstad Dhaka. Na de dood van haar man trok ze naar de stad om in de kledingindustrie te werken. Haar dochter Nipamoni van tien liet ze achter bij familie.

Ze begon bij het bedrijf New Wave Style als helpster. Daar knipte ze draadjes voor de naaisters af. Later kreeg ze haar eigen naaimachine toegewezen. Ze stikte 120 overhemden of spijkerbroeken per uur. Haalde ze dat kwantum niet, dan schold de opzichter haar uit en werd ze gekort op haar loon.

Ze werkte zes of zeven dagen per week van ’s ochtends acht tot ’s avonds tien. Er was één pauze van ’s middags één tot twee. Als ze tijdens het werk een woord probeerde te wisselen met een collega, kreeg ze klappen.

Dat vertelt ze in Amsterdam, aan het begin van een reis langs Europese landen waar de hoofdkantoren zijn gevestigd van bedrijven die hun kleding in Rana Plaza lieten maken. Shila Begum kan niet meer werken.

Shila kan niet meer werken

Ze heeft geen kracht meer in haar rechterarm. Ze kan ook niet lang meer zitten. Haar onderlijf doet pijn.

Ze durft ook niet meer te werken. Ze schrikt van het minste geluid. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze aan de ramp denkt. Dat is ook de reden dat ze slecht slaapt. De schrikbeelden keren steeds terug.

Van de textielfabriek kreeg ze als tegemoetkoming één maand loon. Dat ze het afgelopen jaar overleefd heeft, dankt ze aan de financiële steun van haar jongere zus en van haar vakbond, de National Garment Workers Federation. Ze vindt dat ze recht heeft op een fatsoenlijke schadevergoeding. Ze vindt ook dat westerse kledingbedrijven meer voor de arbeid in Bangladesh moeten betalen. ‘Drie eurocent meer per kledingstuk,’ zegt Shila, ‘en de arbeiders in Bangladesh hebben een behoorlijk loon.’

 

‘Drie eurocent meer per kledingstuk
en de arbeiders in Bangladesh hebben
een behoorlijk loon.’

 

Kijk voor het volledig verhaal op De Correspondent.

Ontmoet

Dit blog is mede mogelijk gemaakt door: