Syriërs op de vlucht in Libanon
Reporter
Sander van Niekerk
Sander Niekerk werkt in Libanon voor de vluchtelingenorganisatie van de VN: UNHCR. Hij ziet er op toe dat Syrische vluchtelingen toegang krijgen tot onderdak, voedsel, water en gezondheidszorg. Tijdens zijn werkzaamheden voor de UNHCR in Libanon houdt Sander een blog bij.
Sander Niekerk werkt in Libanon voor de vluchtelingenorganisatie van de VN: UNHCR. Hij ziet er op toe dat Syrische vluchtelingen toegang krijgen tot onderdak, voedsel, water en gezondheidszorg. Tijdens zijn werkzaamheden voor de UNHCR in Libanon houdt Sander een blog bij.
Zahle (Libanon), waar ik ben gestationeerd, ligt in de Bekaa vallei, een uitgestrekt gebied van 230 km² omringd door bergen en de grens met Syrië. Door de langdurige handel met Syrië zijn de invloeden van dit buurland prominent aanwezig in de Bekaa vallei. Dat zie je aan de typische wegrestaurantjes, maar ook aan de duizenden seizoenarbeiders. De vallei wordt bevolkt door een mengelmoes van etnische en religieuze groeperingen. In de Bekaa vallei bevinden zich momenteel zo’n 212.000 Syrische vluchtelingen, zowel geregistreerd als op de wachtlijst. Per dag komen daar ruim duizend vluchtelingen bij. In heel Libanon bevinden zich al ruim een half miljoen vluchtelingen, en dat terwijl het land zelf maar vier miljoen inwoners heeft. Als deze trend zich doorzet, zullen er eind 2013 meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon zijn.
Ondanks een zeer gastvrije houding van de lokale bevolking en het openstellen van de grenzen door de Libanese overheid zijn de effecten van het hoge aantal vluchtelingen op het dagelijkse Libanese leven groot. Zo stijgen in het hele land de huurprijzen explosief, puilen de scholen uit en kunnen ze geen nieuwe leerlingen aannemen en schieten de informele tentenkampen (de overheid laat nog geen officiële kampen toe) als paddenstoelen uit de grond.
Ahmed uit Aleppo
Niet alleen in mijn werk, maar ook in het dagelijkse leven kom ik steeds meer Syrische vluchtelingen tegen. Ik zie ze als verkoper in groentezaakjes, in tankstations, in kapsalons. Zo werd ik een paar weken geleden geknipt door Ahmed, een Syrische vluchteling uit Aleppo. Ahmed is het geweld in zijn geboortestreek zes maanden geleden ontvlucht, maar zijn familie weigert tot de dag van vandaag te vertrekken omdat ze hun huis en bezittingen niet onbeheerd willen achterlaten. Hiermee lopen ze wel een groot risico, namelijk om hun leven te verliezen. Terwijl Ahmed me knipt, vertelt hij uitgebreid en vrolijk over zijn leven van voor de oorlog die in 2011 begon. Soms zie ik hem in gedachten naar een lege plek op de muur staren terwijl de föhn zich niet meer op mijn hoofd richt, maar op die van de klant naast mij. Nadat zijn collega hem lichtjes op zijn schouder tikt, zie ik Ahmed letterlijk terugkeren en flauwtjes glimlachen. Zijn gezicht spreekt echter boekdelen en geeft pijnlijk weer dat de herinneringen aan Aleppo hem zwaar vallen.
De helpende hand
De noden van de vluchtelingen zijn hoog: het gaat om voedsel, onderdak, onderwijs en gezondheidszorg. Eigenlijk alles wat je maar kunt bedenken. De mensen hebben alles moeten achterlaten in Syrië. UNHCR biedt, samen met de partnerorganisaties, een helpende hand aan de vluchtelingen, maar ook aan de lokale bevolking. Dit kan de spanningen op dorpsniveau wat weghalen, omdat de lokale bevolking het ook niet breed heeft. Vluchtelingen krijgen op verschillende manieren hulp, bijvoorbeeld via maandelijkse voedselbonnen die ze in de lokale winkels kunnen gebruiken, met eenvoudige welkomstpakketten, huursubsidies voor kwetsbare families of met eerstelijns gezondheidszorg.
Meer informatie over het werk van onze partner UNHCR vind je hier.