'U bent van het Rode Kruis? Zo goed dat u er bent' - Humanity House
15 november 2013

‘U bent van het Rode Kruis? Zo goed dat u er bent’

Fieldreporter

Merlijn Stoffels

Merlijn Stoffels is woordvoerder voor het Rode Kruis en op de Filipijnen om hulp te bieden aan de slachtoffers van de tyfoon Haiyan.

Merlijn Stoffels van het Rode Kruis is in november 2013 op de Filipijnen om hulp te bieden aan de slachtoffers van de tyfoon Haiyan. Hier volgt een greep uit de dagelijkse blogs die Merlijn bijhoudt voor EenVandaag. “Bij aankomst op Filipijnse luchthaven in Manilla, zegt de douanier tegen mij: “U bent van het Rode Kruis zie ik. Zo goed dat u er bent.”

Dinsdag 12 november 2013
Ik ben nog nooit zo met open armen ontvangen in het buitenland als deze keer. Helaas is de reden diep triest. De impact van deze ramp is enorm, dat is mij in één klap duidelijk. Dat er gigantisch veel nodig is, blijkt wel uit de cijfers van de regering. Op de Filipijnen wonen zo’n 95 miljoen mensen, 9,5 miljoen daarvan zouden zijn getroffen door de ramp. Vooral in het midden van het land waar het de oog van de orkaan overheen raasde, zijn de problemen haast niet te overzien. Hoe groot de ramp is, is nog moeilijk te bepalen. Ook de berichten over het aantal doden varieert van een paar honderd tot meer dan tienduizend. Het precieze aantal weten we niet, maar dat het er heel veel zijn weten we wel.

Op de luchthaven staat mijn Nederlandse collega Naroesha Jagessar me op te wachten. Samen gaan we naar het huis van Suzanne Damman, de Nederlandse Rode Kruiser die is uitgezonden naar de Filipijnen. Het Filipijnse Rode Kruis en zijn 200.000 vrijwilligers op de 7000 eilanden zijn 24 uur per dag bezig om de mensen te helpen met medische hulp, bloedtransfusies en noodhulp, zo vertellen ze me.

Tegelijkertijd zijn grote delen van het land nog steeds totaal onbereikbaar doordat de wegen vol liggen met bomen, afval, omgewaaide auto’s en lijken. Rijden is normaal al lastig, zegt Suzanne, die regelmatig hulpverleningsprojecten in het land bezoekt. Meestal moet je eerst vliegen, dan met de auto en soms ook nog met de boot en een stuk lopen om ergens te komen.

Wel een klein lichtpuntje vandaag: de weg naar het zwaar getroffen Tacloban is weer open. 13 vrachtwagens met hulpgoederen komen daar morgenvroeg aan met water, voedsel, medicijnen, tentdoeken en andere hulpgoederen. Nu maar hopen voor het Rode Kruis en andere hulporganisaties dat die toegang snel wordt verkregen.

Woensdag 13 november 2013
Steeds meer trieste verhalen druppelen binnen, nu er steeds meer contact mogelijk is met de getroffen gebieden. Zo horen we het verhaal van een vrouw uit Tacloban die met haar zieke vijfjarige zoontje naar het ziekenhuis ging. Ze moest medicijnen voor hem kopen, maar had geen geld. Haar zoontje overleed enkele uren later. Uit Tanauan horen we het relaas van een man die zijn vrouw wil begraven, maar dat niet kan omdat er onvoldoende lijkzakkken beschikbaar zijn. Om hem heen heel veel lijken en de geur van de dood…

Het Rode Kruis heeft vandaag besloten de regering te gaan helpen met het verstrekken van lijkzakken en het vervoer van de lijken naar de plekken waar de identificatie moet plaatsvinden. Ook gaat de hulporganisatie veerboten sturen naar de mensen die het niet langer uithouden op het eiland Leyte, waar op de meeste plekken naast de schade, de lijken, het tekort aan water en voedsel ook geen elektriciteit beschikbaar is. De mensen worden naar Cebu gebracht. Daar gaat het Rode Kruis een opvanglocatie inrichten en de mensen voorzien van hulp.

Vrijdag 15 november 2013
Op de Filipijnen, en met name in de kuststad Tacloban, waar 4000 mensen zijn omgekomen door de tyfoon Haiyan, is na precies een week sprake van chaos en anarchie: er wordt geplunderd, lijken liggen nog op straat en noodhulp komt niet altijd op de plek terecht waar het terecht moet komen.

Donderdag bevestigden de Verenigde Naties de dood van 4460 slachtoffers in de Filipijnen. Dat betekent dat het aantal slachtoffers sterk is gestegen in vergelijking met woensdag. Toen was het officiële dodental volgens de Filipijnse autoriteiten nog ongeveer 2275. Ongeveer 12 miljoen mensen zijn getroffen door de bijzonder zware tyfoon. Zo’n 920.000 mensen hebben hun huis moeten verlaten.

Een konvooi met hulpgoederen voor 25.000 mensen van het Rode Kruis is inmiddels aankomen in de zwaar getroffen stad Ormoc op eiland Leyte. De organisatie gebruikt legerhelikopters en brommers om de slachtoffers te bereiken. Hoe krijgen de overlevenden de hulp die nodig is?

Mannen met grote messen eisen hun benzine en voedselpakketten op. Met hulp van lokale autoriteiten weten ze te ontsnappen en kunnen ze hun auto’s verstoppen in een grote loods met bewaking eromheen.
Daarnaast is er maandag een grote televisie-actie om mensen te bewegen om geld te doneren aan Giro 555. Waarom geven we wel of niet, en heeft bijvoorbeeld de commotie rond Haïti (waar een jaar na de aardbeving bleek dat meer dan de helft van het hulpgeld uitgegeven werd aan transport, salarissen van lokaal en internationaal personeel en logistieke kosten) ertoe geleid dat mensen nu niet aan de Filipijnen willen geven? Wat is eigenlijk de geschiedenis van dit soort grote acties en hoe doen wij Nederlanders het ten opzichte van andere landen?

Ontmoet

Dit blog is mede mogelijk gemaakt door: