Sahar Shirzad: Mijn vrijheid kent geen thuis - Humanity House
EN
Blog
28 april 2020

Sahar Shirzad: Mijn vrijheid kent geen thuis

Sahar Shirzad schreef ‘Mijn vrijheid kent geen thuis’ voor de online versie van The Refugee Millennial.

In de aanloop naar Bevrijdingsdag delen vijf  ‘refugee millennials’ wat vrijheid voor hen betekent. In gedichten, spoken word, en muziek. Het resultaat is te zien in korte video’s met de titels: Mijn vrijheid is bitterzoet, mijn vrijheid kent geen thuis, mijn vrijheid is ziek, mijn vrijheid is poëzie en mijn vrijheid is een melodie.

Sahar Shirzad is moderator en bedenker van The Refugee Millennial reeks. In 1998 kwam ze vanuit Afghanistan naar Nederland. Sindsdien is ze niet meer terug geweest. Het besef dat ze zelf haar thuisland niet heeft ervaren is nu groter dan ooit. Sahar deelt op 28 april een voorgedragen brief aan haar thuis dat geen plek kent.

Mijn vrijheid kent geen thuis

Ik heb eindeloze dromen over je gehad, weet je dat? Soms droom ik hoe ik je zonder na te denken weet te vinden. Als de achtjarige Sahar in het Friese Witmarsum loop ik, vanaf het Mounewetter openluchtzwembad waar ik de hele zomer zongebruind zwom, naar je toe. Op een van die hete zomerdagen zoals ze in 1999 waren en sindsdien gevoelsmatig nooit meer zo heet zijn geweest. Met mijn handdoekje hangend over mijn schouder want het geduld om een tasje te pakken had ik niet. Met mijn zwembadabonnement in de hand, een – ondertussen verfrommeld- pasje, gemaakt van een klein vierkant stuk papier. Met pen de naam en datum erop geschreven en geplastificeerd. Daar spaarden mijn ouders een heel jaar voor, om een onbeperkte zomerkaart voor mij te kopen. Helemaal content, nog half nat van het water en lekker moe van het zwemmen wandelde ik naar je toe.

In Witmarsum was de route veilig genoeg om mijn weg naar jou alleen te vinden. Waar de honden zichzelf uitlieten en vrij in het dorp rondliepen. Ja, in Witmarsum vond ik mijn weg naar jou moeiteloos. Ik noem mijn jeugd daar vaak idyllisch. Je was onze eerste echte gezinswoning in Nederland. Het jaar daarvoor was je een witte cabine en ik moest je delen met mijn hele familie in al je krapheid. Toen heette je het azc, of zoals de bewoners het noemden: Kamp. Maar, in Witmarsum was je maar liefst twee verdiepingen, een rijtjeshuis.

Dat is alweer 21 jaar geleden. Je bent sindsdien 8 keer van plek verandert, wat jou in totaal 12 gedaantes geeft in de 22 jaar dat ik in Nederland woon. Ik ben door jou flink in beweging geweest en heb enorm gezocht hoe in je te kunnen nestelen. Genesteld ben ik nooit. Ik ben door jou altijd in beweging gebleven. Je bent voor mij fluïde en ongrijpbaar.

 

Genesteld ben ik nooit. Ik ben door jou altijd in beweging gebleven. Je bent voor mij fluïde en ongrijpbaar.

Ik heb je niet in stenen kunnen vangen, niet in personen, ook niet in de natuur. God, wat heb jij mij een enorm rusteloos gevoel gegeven. Als ik vanaf mijn geboorte zonder in beweging te zijn bij je mocht blijven. Als het mocht baten en er geen wreed conflict gaande is, dan zou ik een leven lang in het prachtige Afghanistan zijn geweest, waar ik van je gebergte en adembenemende natuur zou genieten met je culturele erfgoed nog intact.

Maar, dat is niet het geval. Ik wil bijna naar je schrijven ‘helaas’ niet het geval, maar als ik helaas schrijf heb ik dan onherroepelijk spijt van mijn continue beweging in jou? Zou ik dan willen dat ik mijn hele leven genesteld was op een plek waar ik me niet alleen erkend zou voelen, maar me ook in jou zou herkennen?

Nee, ik zal maar niet helaas schrijven, want dan zou ik zeggen dat ik een wens heb dat je een plek bent, en dat ben je niet. Als je een plek was en ik de gangbare definitie van thuis en een moederland moet nemen, zou ik je al 22 jaar hebben gemist. Want ik heb je niet durven te bezoeken, maar god, wat heb ik veel aan je gedacht als een mogelijk thuis: een land. Maar, mijn angst is te groot om de  -nog niet herstellende- littekens te zien die je in die 22 jaar hebt opgebouwd. In de tussentijd heeft Nederland hard geprobeerd jou te zijn.

Accepteren dat je een plek bent betekent dat ik zou moeten kiezen. En je bent geen simpele keuze. Nee, simpel ben je zeker niet en nestelen in je gaat niet want ik raak mijn eigen nesteldrang al snel zat.

 

Accepteren dat je een plek bent betekent dat ik zou moeten kiezen. En je bent geen simpele keuze. Nee, simpel ben je zeker niet en nestelen in je gaat niet want ik raak mijn eigen nesteldrang al snel zat.

Ik heb flink om mij heen geslagen. Ik wil van het idee af dat ik je moet kiezen, dat het neerkomt op dom toeval of ik in je geboren ben. Ik heb ook flink om mij heen geslagen bij het idee dat je een persoon bent, want zou je dan een thuis zijn dat zich mobiliseert en weg kan lopen? Nee, dan heb ik liever de zorgeloze vogels en de gewortelde bomen, die in de lentedagen voelen als een door god beschermde cirkel. Zou ik je daarin vinden? Misschien dan toch in de natuur? In deze tijden van de slogan ‘stay home’ ben ik toch wel echt het meest geconfronteerd met waar de fuck ik je dan kan vinden? Want ik vermijd jou nu juist in steenvorm om mijn thuis te vinden in het gezang van vogels en de geur van groen buiten. Daarbij begint mijn hart harder te zingen dan tussen de witte muren waar ik hopeloze pogingen waag om ‘tot mezelf’ te komen.

Ik zal je iets opbiechten. Te midden van alles, heb ik het gevoel dat je nooit zo ongrijpbaar bent geweest. Ik dacht namelijk je te kunnen kopen. Ik belande op mijn 22ste in Den Haag, in het mooie Zeeheldenkwartier achter de duinen. Ik probeerde een huis te creëren, eerst alleen en toen samen. Op mijn 27ste was ik in de veronderstelling een emulsie te kunnen maken van jou: een combinatie van een man en de gekochte stenen. Nu 29, moet ik afscheid nemen van de man en daarom ook van jou onder de titel ‘mijn eerste koophuis’. Je was uiteindelijk toch niet te koop en de liefde in een mens bepaalt ook niet hoe onvoorwaardelijk je bestaat.

Je voelt als een beweging zoals fietsen. Als je dan een vorm moet hebben, wees dan een fiets. Al fietsend voel ik mij in het midden van wat was en wat nog gaat komen. Het meest ongemakkelijke stuk van het leven, maar daar: precies in het midden, voel ik de vrijheid opkomen met de wind in mijn haren. Dat kan en zal niemand mij ontnemen. Zelfs corona niet. Het doet me denken aan het jaar 1944 toen de fietsen in Nederland werden geconfisqueerd door de Duitse bezetters en kijk, daar was de burgerlijke ongehoorzaamheid in Nederland.

Misschien ben je ook een beetje in mij in plaats van ik in jou, en is dat de Nederlander in mij. Want één ding is zeker, waar ik mij het nu het meest thuis voel? Dat is op mijn fiets, mijn weg aan het banen door het midden van alles. Trappend jouw beweging achterna in alle vrijheid.

Ontmoet

Dit blog is mede mogelijk gemaakt door: